Bör­ger­mees­ter in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈbœ͡ɐ·ɡɐˌmɛːs·tɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bör·ger·mees·ter
Pluralis: Börgermeesters m de Bör­ger­mees­ter
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Voorbeelden:
Toern Week warrt de Börgermeester nee wählt.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Börger + Meester