Ut­fe­gels in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈuːtˌfɛː·ɡəls/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ut·fe·gels
Niet gebruikt het pluralis n dat Ut­fe­gels
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: ut + Fegels