Quitschbeer in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkvɪtʃˌbɛːˑ͡ɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Quitsch·beer
Plural: Quitschbe­ren f de Quitschbeer
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
Genet, CC BY-SA 3.0
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: Quitsch + Beer