Weev­stohl in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈvɛːfˌstɔu̯l/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Weev·stohl
Plural: Weev­stöhl m de Weev­stohl
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: weven + Stohl