wul­lig in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈvʊ·lɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: wul·lig
wulliger wulligst
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Wull + -ig