Glöh­lamp in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈglöh·lamp/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Glöh·lamp
Plural: Glöh­lam­pen f de Glöh­lamp
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Lamp mit en Glöhfaden
Nederlands:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevorms door: glöhn + Lamp