Ne­an­der­da­le­r in het Nedersaksisch

zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ne·an·der·daler
Pluralis: Neanderdalers m de Ne­an­der­da­le­r
[1]
geavanceerde woordenschat
Voorbeelden:
De Neanderdaler is vör üm un bi 40.000 Johren utstorven.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Neanderdaal + -er