Drüp­per in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈdɾʏ·pɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Drüp·per
Niet gebruikt het pluralis m de Drüp­per
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: drüppen + -er