Uitspraak in het Plat: /fuːlvʊst/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Fuul·wust
Pluralis: Fuul­wüst f de Fuul­wust
[1]
geavanceerde woordenschat
figuratief
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
lazy bum Meer tonen
Duits:
Faulpelz Meer tonen

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: fuul + Wust