Bab­bel in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈba·bəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bab·bel
Pluralis: Babbels m de Bab­bel
[1]
geavanceerde woordenschat
Voorbeelden:
Hool den Babbel!