Uitspraak in het Plat: /fɾɪkadɛl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Fri·ka·dell
Pluralis: Fri­ka­del­len f de Fri­ka­dell
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Frikadelle Meer tonen
Voorbeelden:
Schall ik to’n Middag Frikadellen maken?