Luui­door in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /luːˑiˈdoː͡ɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Luui·door
Pluralis: Luuidoors m de Luui­door
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits: