Uitspraak in het Plat: /ˈflɛɪ̯·ɡəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Fle·gel
Pluralis: Flegels m de Fle­gel
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat
figuratief
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits: