Kopp­pien in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkɔpˌpiːn/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kopp·pien
Plural: Kopp­pien m de Kopp­pien
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Kopp + Pien