Kuh­len­gra­ver in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkuːln̩ˌɡɾɔː·vɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kuh·len·gra·ver
Plural: Kuh­len­gra­vers m de Kuh­len­gra­ver
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Kuhl + graven + -er