Butt­oors in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈbʊtˌɔː͡ɐs/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Butt·oors
m de Butt­oors
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
[2]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
De Buttoors is vondaag en rore Soort.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: butt + Oors