Mid­del­slag in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈmɪ·dəlˌslaç/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Mid·del·slag
Plural: Mid­del­slääg m de Mid­del­slag
[1]
geavanceerde woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: middel + Slag