Lie­ren­drei­her in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈliː·ɾənˌdɾaɪ̯·əɾ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Lie·ren·drei·her
Plural: Lie­ren­drei­hers m de Lie­ren­drei­her
[1]
geavanceerde woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Lier + Dreiher