Ta­kel in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈtɔː·kəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ta·kel
Plural: Ta­kels
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
[2]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits: