Dwars­straat in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈdva͡ɐsˌstɾɔːˑt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Dwars·straat
Plural: Dwars­stra­ten f de Dwars­straat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: dwars + Straat