Staats­ver­drag in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈstɔːt͡s·fəɾˌdɾaç/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Staats·ver·drag
Plural: Staats­ver­drääg m de Staats­ver­drag
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Staat + Verdrag