Düüt­sch­land in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈdyːtʃˌlant/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Düütsch·land
Niet gebruikt het pluralis n gebruikt zonder lidwoord
[1]
basiswoordenschat
is een eigennaam
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Düütschland hett en Kanzler oder Kanzlersch.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: düütsch + Land