Ach­terrad in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈax·tɐˌɾat/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ach·ter·rad
Plural: Ach­terrä­der n dat Ach­terrad
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
No machine-readable author provided. Unabhängiger Wikipedianer~commonswiki assumed (based on copyright claims)., CC-BY-SA-3.0
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: achter + Rad