Be­ver in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈbɛː·vɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Be·ver
m de Be­ver
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
Examples:
Ik heff en Bever in’e Hänn.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: beven + -er