Goot­ach­ten in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɡɔu̯tˌaxtn̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Goot·ach·ten
Plural: Goot­ach­tens n dat Goot­ach­ten
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: goot + achten