Feld­bloom in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈfɛltˌblɔˑu̯m/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Feld·bloom
Plural: Feld­blo­men f de Feld­bloom
Plural: Feld­blö­mer f de Feld­bloom
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Feld + Bloom