Johr­markt in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈjɔː͡ɐˌma͡ɐkt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Johr·markt
Plural: Johr­märkt m de Johr­markt
Plural: Johr­markten m de Johr­markt
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Johr + Markt