Kum­pa­nie in het Nedersaksisch

Uitspraak: /kʊm·paˈniː/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kum·pa·nie
Plural: Kum­pa­nien f de Kum­pa­nie
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
[2]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: kum- + -ie