Trum­mel in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈtɾʊ·məl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Trum·mel
Plural: Trum­meln f de Trum­mel
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat