Schüt­ten­kö­nig in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈʃʏtn̩ˌkøː·nɪç/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Schüt·ten·kö·nig
Plural: Schüt­ten­kö­nigs m de Schüt­ten­kö­nig
[1]
geavanceerde woordenschat
Examples:
De Schüttenkönig gifft een ut!

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Schütt + König