Törf­moor in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈtœ͡ɐfˌmɔu̯ɾ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Törf·moor
Plural: Törf­moor n dat Törf­moor
[1]
geavanceerde woordenschat
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Törf + Moor