un­be­dü­den in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ʊn·bəˈdyːdn̩/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: un·be·dü·den
geen trappen van vergelijking
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: un- + bedüden