för­dull in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈføːy̯ɾˌdʊl/
bijwoord
Afbreking: för·dull
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: för + dull