We­ver in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈvɛː·vɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: We·ver
Plural: We­vers m de We­ver
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: weven + -er