Ach­ternaam in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈax·tɐˌnɔːˑm/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ach·ter·naam
Plural: Ach­terna­men m de Ach­ternaam
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: achter + Naam