to­enn in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈtɔu̯ˌɛn/
bijwoord
Afbreking: to·enn
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
out
Duits:
Examples:
Dat Stück is nu toenn.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: to + Enn