hoog­hoor­lem­mer­dieksch in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈhɔu̯çˌhɔː͡ɐ·lɛ·mɐ·diːkʃ/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: hoog·hoor·lem·mer·dieksch
geen trappen van vergelijking

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: hoog + Hoorlem + Diek + -sch