hoog in het Nedersaksisch

Identieke woorden ››› Höög ❔︎
höger höögst
[1]
basiswoordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
De Barg is teemlich hoog.
Antoniemen:
deep
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
up
Duits:
auf
Voorbeelden: