Heet­beer in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈhɛːtˌbɛɪ̯ɾ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Heet·beer
Niet gebruikt het pluralis n dat Heet­beer
[1]
perifere woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: heet + Beer