meh­rer­wegens in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈmɛː·ɾɐˌvɛɡəns/
bijwoord
Afbreking: meh·rer·wegens
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Duits:
Examples:
Wi hebbt dor mehrerwegens na fraagt, aver narms wat kregen.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: veel + -wegens