Ploog­lien in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈplɔu̯çˌliːˑn/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ploog·lien
Plural: Ploog­lie­nen f de Ploog­lien
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Ploog + Lien