pott­dicht in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈpɔtˌdɪçt/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: pott·dicht
geen trappen van vergelijking
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Pott + dicht