Pott in het Nedersaksisch

Pluralis: Pött m de Pott
[1]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
pot
Engels:
pot
Duits:
Voorbeelden:
[2]
geavanceerde woordenschat
figuratief
Nedersaksisch:
Kloschöttel
Nederlands:
Engels:
Duits:
Klo
Voorbeelden:
Ik mutt gau op’n Pott.
[3]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
pot
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
[4]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
de gemeensame Kass von en Speel
Nederlands:
pot
Engels:
pot
Duits:
Voorbeelden: