dicht in het Nedersaksisch

dichter dichtst
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
zu
Voorbeelden:
Maak de Döör dicht.
[3]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
eng tohoopdrängt
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
[4]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
nah
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Wi sünd dicht an Land.