Titt­melk in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈtɪtˌmɛlk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Titt·melk
Niet gebruikt het pluralis f de Titt­melk
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Titt + Melk