Uitspraak in het Plat: /zɪdəldiːk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Sid·del·diek
Pluralis: Sid­del­die­ken m de Sid­del­diek
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Woord afgeleid van: Diek