kum­fer­me­ren in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /kʊm·fɐ·mɛː·ɾən/
werkwoord
Afbreking: kum·fer·me·ren
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
Voorbeelden:
Ik bün 1960 komfermeert worrn.

Werkwoordvormen:

infinitief:
kumfermeren
voltooid deelwoord:
komfermeert
ik
du
he/se/dat
wi
ji
se
tegenwoordig:
ik komfermeer
du komfermeerst
he/se/dat komfermeert
wi komfermeert
ji komfermeert
se komfermeert
verleden:
ik komfermeer
du komfermeerst
he/se/dat komfermeer
wi komfermeren
ji komfermeren
se komfermeren
voltooid:
ik heff komfermeert
du hest komfermeert
he/se/dat hett komfermeert
wi hebbt komfermeert
ji hebbt komfermeert
se hebbt komfermeert
conjunctief:
ik komfermeer
du komfermeerst
he/se/dat komfermeer
wi komfermeren
ji komfermeren
se komfermeren
imperatief:
komfermeer!
komfermeert!

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: kum- + -eer