Hur­kel in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈhʊ͡ɐ·kəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Hur·kel
Plural: Hur­kels m de Hur­kel
[1]
perifere woordenschat

Etymologie:

Woord afleidt van: hurkeln