Ies in het Nedersaksisch

Niet gebruikt het pluralis n dat Ies
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
Public domain
[1]
basiswoordenschat
actief
Nedersaksisch:
Nederlands:
=
ijs
Engels:
=
ice
Duits:
=
Eis
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
Lotus Head from Johannesburg, Gauteng, South Africa, CC-BY-SA-3.0
[2]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Examples:
[1] Wöölt wi en Ies eten?