Schru­ven­tre­cker in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈʃɾuːm̩ˌtɾɛ·kɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Schru·ven·tre·cker
Plural: Schru­ven­tre­ckers m de Schru­ven­tre­cker
[1]
geavanceerde woordenschat
Examples:
Langst du mi maal den Schruventrecker?

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Schruuv + Trecker